Een premie voor gemeenschappelijke verwarming in je gebouw? Een praktijkvoorbeeld
In een appartementsblok is de centrale verwarming vaak gemeenschappelijk. De stookkosten worden door het aantal inwoners gedeeld. Maar hoe vraag je dan een stookoliepremie aan als je het wat minder breed hebt? Het gezin Devi vertelt hoe zij hulp kregen van het Sociaal Verwarmingsfonds voor hun verwarming op mazout.
5 appartementen, 1 mazoutketel
Moeder en vader Devi wonen met hun drie kinderen (1, 2 en 4 jaar) op een appartement aan de rand van Brussel. “Ik blijf thuis bij de 2 kleinsten”, vertelt mevrouw Devi, “terwijl de oudste naar de kleuterschool gaat. Mijn man doet voornamelijk interimjobs. Daardoor is zijn inkomen onregelmatig en eerder aan de lage kant.”
Volgens de premiesimulator van het Sociaal Verwarmingsfonds hebben ze recht op een toelage voor hun verwarming, want:
- het jaarlijks bruto belastbaar inkomen (met 4 personen ten laste) van het gezin Devi ligt onder de maximumgrens,
- het appartementsgebouw wordt verwarmd met stookolie (mazoutketel in de kelder).
“Ons appartement is net als de 4 andere appartementen aangesloten op een gemeenschappelijke centrale verwarmingsketel op stookolie”, legt ze uit. “We betalen voorschotten aan de syndicus en op het einde van het jaar wordt het verbruik per appartement berekend, gebaseerd op de werkelijke kosten. Pas dan krijgen we de verschillende aankoopfacturen voor mazout te zien.”
De aanvraagtermijn van 60 dagen
Het Sociaal Verwarmingsfonds krijgt vaak de vraag van huurders van een appartement met een gemeenschappelijke verwarmingsinstallatie op stookolie of propaangas, hoe ze dan hun verwarmingspremie kunnen aanvragen. Want de aanvraag van de premie moet gebeuren binnen de 60 dagen na de levering van de brandstof! Je vindt de leverdatum op de factuur.
In het geval van appartementsgebouwen, worden de bestellingen en facturen voor de gemeenschappelijke verwarming beheerd door de syndicus of eigenaar van het gebouw, en niet door de gezinnen zelf. Vraag dan meteen na een brandstofbestelling een kopie van de factuur aan de eigenaar/syndicus om je verwarmingstoelage binnen de termijn aan te vragen.
Een concreet voorbeeld
Stel dat je net zoals de familie Devi in een appartementsblok met 5 appartementen woont en de syndicus heeft voor de gemeenschappelijke verwarmingsinstallatie 5 500 liter stookolie aangekocht. Als je als huurder recht hebt op een verwarmingstoelage van het Sociaal Verwarmingsfonds, dan wordt deze toelage berekend op basis van het volume: 5 500 liter/5 appartementen = 1 100 liter.
Het OCMW maakt deze berekening voor je. Voeg daarom naast een kopie van de mazout/propaangasfactuur, ook een verklaring van de eigenaar/syndicus van het gebouw toe aan je aanvraagdossier waarin zij/hij het aantal wooneenheden vermeldt waarop de brandstoffactuur betrekking heeft (in ons voorbeeld zijn er dat 5).
Wat als de 60-dagentermijn voor de premieaanvraag verstreken is?
Het gezin Devi hierboven krijgt pas op het einde van het jaar een kopie van de factuur bij de eindafrekening van de verwarmingskosten. Dan kun je de toelage vaak niet meer binnen de 60 dagen na de brandstoflevering aanvragen.
Het Sociaal Verwarmingsfonds stelt echter dat op de termijn van 60 dagen na leveringsdatum uitzonderlijk kan worden afgeweken wanneer er sprake is van overmacht. Als het niet jouw schuld is dat je de factuur pas later kreeg (vb. je krijgt ze pas van de syndicus of eigenaar bij de jaarlijkse eindafrekening), dan kan het OCMW jouw aanvraag toch nog ontvangen en goedkeuren. Het OCMW moet in dat geval de overmacht wel aanvaarden en aangeven in jouw aanvraag.
Maar het beste is dus om je syndicus/eigenaar meteen een kopie van de brandstoffactuur te vragen na elke bestelling en dan je verwarmingspremie aan te vragen binnen de 60 dagen.