Ga naar hoofdinhoud
Zoeken

De seizoenen schuiven niet op, je verwarmingsnoden wel

Publicatiedatum
Winter en Verwarmingsfonds

De winter loopt van december tot maart, maar het kan vriezen tot in april. Wil dat zeggen dat de seizoenen aan het opschuiven zijn? Helemaal niet, vertelt de weerman. Voorzie dus wel voldoende brandstof om tot een stuk in de lente te verwarmen.

Hoe bepalen we de winter en de zomer?

De stand van de zon bepaalt wanneer de seizoenen beginnen en eindigen. De astronomische winter loopt van de winterzonnewende (21 december, de kortste dag van het jaar) tot de lente (20 maart, wanneer de dag en nacht even lang duren). En de zomer loopt van de langste dag van het jaar (21 juni) tot de herfst (22 september). En daartussen zitten de lente en de herfst.

Je zou denken dat de kortste dag, ook de koudste moet zijn. Op 21 december is er immers de kortste periode zonlicht (en zonnewarmte). Dan is het raar dat de winterkoude bij ons vaak pas goed op gang komt in januari of februari. En dat het kan vriezen tot in maart en april. Ook de langste dag van het jaar (21 juni) is niet de warmste. De hoogste temperaturen liggen in ons land vaak pas in augustus.

De matigende invloed van de zee

De zon heeft altijd een grote invloed op het weer, vandaar de temperatuurverschillen tussen de seizoenen. Maar we mogen de invloed van de zee op ons klimaat niet vergeten. De enorme watermassa voor onze kust warmt maar langzaam op, en koelt ook langzaam weer af. Daardoor blijven de temperaturen bij ons in de winter langer warm omdat de zee als een warmwaterkruik werkt. Het begint daarom pas echt te vriezen in januari/februari en dat kan nog doorgaan tot wanneer de lente al in het land is.

De seizoenen veranderen niet, wel het klimaat

Wat wel verandert, is ons klimaat. Daar is vrijwel iedereen het over eens. De opwarming van de aarde zorgt ervoor dat de temperatuurverschillen groter worden. Alle maanden en alle seizoenen zijn nu gemiddeld een stuk warmer dan in de 19de en 20ste eeuw, zoals je kunt zien in de statistieken van het KMI op meteo.be.

Dit heeft vooral te maken met de klimaatverandering. Behalve hogere gemiddelde temperaturen zijn er ook meer extremen, waardoor je nog een winters dipje kunt verwachten in de lente.

Ondersteuning voor jouw verwarming

De opwarming van het klimaat lijkt goed nieuws voor je verwarmingsfactuur. Als het algemeen warmer wordt, moet je minder verwarmen. Maar dat is buiten de grotere temperatuurschommelingen gerekend. De ‘aprilse grillen’ (onverwachte koude) kunnen ook in andere maanden toeslaan.

Zorg er dus voor dat je altijd een strategische voorraad brandstof in huis hebt, ook in de maanden dat je verwacht om minder verwarming nodig te hebben. Ook in 2026 kun je bij het Sociaal Verwarmingsfonds terecht voor premies voor mazout, lamppetroleum of propaangas in bulk. Handig als de koude periodes langer aanhouden dan verwacht.

Misschien heb ook jij recht op een verwarmingstoelage

> Check in de simulatiemodule of je recht hebt op een verwarmingspremie van het Sociaal Verwarmingsfonds.

een vraag stellen

Ik heb een vraag

zz